En of hij volstaat. Meer dan genoeg. Joris Vanvinckenroye, het enige lid van de “groep” BASta!, weet op zichzelf een heel podium te vullen. Een man die grenzen overstijgt. Doordat Vanvinckenroye zijn basspel opneemt op verschillende sporen, lijkt het –als je even je ogen sluit voor het filmpje en alleen de muziek tot je laat komen– alsof een hele troep strijkers en tokkelaars het beste van zichzelf aan het geven is.
De bezieler van BASta! overstijgt bovendien niet alleen de grenzen van zijn eigen persoon, maar ook die van de muziek:
“Bass player Joris Vanvinckenroye is a composer with a vision, who doesn’t let certain musical rules get in his way, and who is guided solely by his instinct.” (Stage) (http://www.myspace.com/bastasolobass)
Vanvinckenroye speelt met muziekgenres en laat hokjesdenkers een poepje ruiken. iTunes geeft zijn CD Cycles weer als GENRE: unclassifiable. Toen ik de CD wilde kopen in de Fnac, kon ik met de beste wil van de wereld niet bedenken waar ik hem zou moeten beginnen zoeken. Uiteindelijk gevonden bij Klassiek. Niet helemaal gepast, lijkt mij. Jazzy, folky, klassiek, modern. Eclectisch?
Ook qua techniek gaat Vanvinckenroye grensoverschrijdend te werk. Klassiek strijken, jazzy tokkelen, saltato (op de snaren “springen” met de strijkstok), en natuurlijk het ongewone element van de pedalen, die wel deel lijken te worden van een heel nieuw instrument waar Vanvinckenroye zonder twijfel een maestro in is.
Zelf heb ik BASta! helaas nog niet live aan het werk gezien, maar het is me gezegd – en het blijkt ook uit het filmpje op youtube – dat de contrabassist als een ware Centaur versmelt met zijn instrument. Hij omhelst het als zijn beminde. En uit deze liefdesrelatie groeit iets prachtigs.
BASta! komt op 22/10 om 12.30 in de Fnac te Brussel zijn CD Cycles voorstellen. Volgens mij een ommetje waard!
zaterdag 17 oktober 2009
woensdag 7 oktober 2009
Aan het station is het fijn!
"An de stoose is ammesoose"..., vrij vertaald: aan het station is het fijn! Dat zong, in 1974, Leuvense blues-legende Armand Hombroeckx, also known as Big Bill. Maar, bezingt hij hier opnieuw zo'n waarheid als een koe - van hetzelfde kaliber als die keer dat hij eenieder ervan wist te overtuigen dat je van een broodje met hesp al eens dorst kan krijgen*. Nu ik dat station en alles wat er mee te maken heeft dagelijks bezoek, durf ik de visionaire gave van de beste Bill in vraag stellen - dit uiteraard zonder zijn talent voor muziek ook maar enigzins te betwijfelen.
Sinds dit jaar heb ik het provinciale Leuven ingeruild voor de Grote Stad, het multilinguale, multiculturele (en nog veel meer multi-) Brussel. Maar, omdat ik toch nog van het gezellige Leuvense sfeertje houd (en ook om minder romantische redenen), blijf ik er mijn vaste stek hebben. Logisch gevolg: van de ene dag op de andere behoor ik tot de bevolkingsgroep van de pendelaars. Abonnement in gereedheid. Welkom nieuwigheden! Ik ben er klaar voor.
Om dan maar meteen met de deur in huis te vallen en de kritische bedenking van dit stuk (want journalisten moeten kritisch zijn) op tafel te gooien: mensen op de trein, in, op of rond het station, moeten meer lachen. Punt. Af en toe een lach, een glimlach, een klein vertrekken van de mondhoeken in opwaartse beweging, doet echt geen pijn. Hoe komt het toch dat mensen zo in hun eigen (mag ik zeggen, pietluttige) probleempjes en ergernissen van alledag blijven steken? Wat is er gebeurd met het relativeringsvermogen van de gemiddelde medemens?
In het kader van een opdracht voor buitenlandjournalistiek ging ik onlangs praten met een vrouw die in België verblijft als politiek vluchtelinge. In dat gesprek, waarin ze me vertelde over de afschuwelijke dingen die ze in haar jonge leven al was tegengekomen, vertrouwde ze me ook toe dat ze de aanvankelijke haat die ze voelde voor alles en iedereen, opzij had gezet en dat ze nu probeert positief in het leven te staan. Op de bus of op straat wenst ze de mensen steevast een goede dag, ook diegenen die weigeren de zure uitdrukking van hun gezicht te halen. "I teach them to say hello." Ongelooflijk toch, dat iemand die zo veel heeft meegemaakt - en alle redenen heeft om 'zuur' te zijn - aan mensen die zo veel gelukkiger zijn dan zij, dat kleine beetje positieve energie moet bijbrengen.
* Slagzin uit de hit "Ene mee hesp", ook van voornoemde Big Bill. Net zoals "Stoose Blues" verschenen op de CD Ene mee hesp (1974).
Abonneren op:
Reacties (Atom)
